Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Hoe voldoen we in 2050 aan de wereldwijde energie- en voedselvraag én slagen we er tegelijkertijd in mens en planeet te sparen? Dat lukt alleen door vergaande innovaties in productie en consumptie te combineren met integraal beleid. Zo luidt de conclusie van het rapport ‘Gezonde planeet, gezonde mensen’, dat de Global Environment Outlook op woensdag 13 maart naar buiten heeft gebracht. UvA-hoogleraar Joyeeta Gupta is een van de coördinatoren van het rapport

Foto: FlickrCC

De Global Environment Outlook (GEO) van de Verenigde Naties stelt onafhankelijke beoordelingen op van het milieu, de effectiviteit van gevoerd beleid en oplossingsrichtingen voor internationale milieuafspraken, en adviseert daarmee overheden. Aan het rapport werkten 250 experts uit 70 landen mee.

Verval zet door

De experts concluderen dat we met de huidige koers de internationaal afgesproken milieudoelen, zoals de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN en het Akkoord van Parijs, niet gaan halen. Ondanks alle inspanningen is het milieu de afgelopen decennia er slechter aan toe dan ooit. Als we nu niet ingrijpen, zet het verval nog verder door. Zo zal de genetische diversiteit van planten en dieren dramatisch afnemen. Dit heeft uiteindelijk ook nadelige gevolgen voor menselijke gezondheid, welzijn en economische vooruitgang.

Moeilijk, maar begaanbaar pad

Om het tij te kunnen keren, moet de negatieve impact van voedselproductie op het milieu – onder meer door watergebruik en het gebruik van kunstmest – fors omlaag. Dit terwijl de voedselproductie volgens de huidige bevolkingstrends met 50 tot 60 procent moet groeien om in 2050 9 tot 10 miljard mensen te kunnen voeden en ook het energieverbruik wereldwijd naar verwachting verder zal toenemen.

Volgens de opstellers van het rapport staan we nu op een kruispunt. Volgens hen kunnen we kiezen tussen een moeilijk, maar begaanbaar pad naar duurzame ontwikkeling waarin menselijke honger en armoede geschiedenis zijn. Of we gaan door op dezelfde voet en blijven een verloren strijd voeren zoals met de huidige, vaak versnipperde aanpak.

Joyeeta Gupta (Foto: Jeroen Oerlemans)

‘Ons rapport herbevestigt de slechte gezondheid van onze omgeving en hoe groot de dreiging is dat we de duurzame ontwikkelingsdoelen niet halen. Gelukkig zijn er opties om de impact op het milieu te kunnen verminderen en tegelijkertijd het welzijn van de mens te verbeteren.’

Noodzaak tot slim innoveren

De ontwikkelingen en het realiseren van de internationaal afgesproken milieudoelen vragen om een drastische wending in beleid envergaande veranderingen in productie- en consumptiepatronen (zoals slimmere voedselproductie, vermindering van voedselverspilling en minder vlees eten) en inzet op hernieuwbare energie, reductie van productieafval en circulaire economieën. Daarnaast is succes uitsluitend haalbaar als vraagstukken in samenhang met elkaar worden aangepakt: economische en sociale ontwikkelingen, integraal beleid en technologische innovaties moeten hand in hand gaan.

‘Ons rapport herbevestigt de slechte gezondheid van onze omgeving en hoe groot de dreiging is dat we de duurzame ontwikkelingsdoelen niet halen. Gelukkig zijn er opties om de impact op het milieu te kunnen verminderen en tegelijkertijd het welzijn van de mens te verbeteren’, vertelt Joyeeta Gupta, UvA-hoogleraar Milieu en Ontwikkeling in de Global South en covoorzitter van de GEO mondiale milieuverkenning. ‘Niemand mag achterblijven in de wereldwijde aanpak. We moeten met elkaar en voor elkaar aan de slag.’

De lokale dimensie

Het rapport heeft een wereldwijde focus, maar kijkt ook naar de lokale dimensie. Het is in onze samenlevingen en steden waar we direct met de impact van het ecologische verval te maken hebben, waar we kosten door vervuiling moeten ophoesten en waar we worden geraakt door milieu, economisch en sociaal beleid.  In huidig beleid ontbreekt het echter vaak aan de wil om beleid en technologieën op voldoende schaal uit te voeren, zo stelt het rapport, terwijl de gezondheidsvoordelen van bijvoorbeeld verminderde luchtvervuiling wereldwijd al meer dan US $54 triljoen zouden kunnen zijn. Voor beleidsmakers, ook in Nederland, ligt er een kans innovatie en integraal beleid gezamenlijk op te pakken en zo belangrijke stappen te zetten naar een duurzame samenleving.

Nederlandse bijdrage

Joyeeta Gupta van de Universiteit van Amsterdam is de covoorzitter van het GEO beoordelingsproces en daarmee medetrekker van dit rapport. Ze is tevens lid is van de Adviesraad Internationale Vraagstukken, die momenteel een briefadvies over het Nederlandse internationale klimaatbeleid voorbereidt.

Detlef van Vuuren en Paul Lucas van het Planbureau voor de Leefomgeving waren hoofdzakelijk betrokken bij de hoofdstukken rond scenario’s (deel III van het rapport, Outlook).

Lees het rapport

Website GEO-6

Lees meer over Joyeeta Gupta